Protocol COVID-19

Praktijk voor Verkeerseducatie hanteert m.i.v. heden onderstaand RIVM-protocol.
Indien er updates komen vanuit de Overheid, zullen wij deze z.s.m. communiceren:

  • De leerling wast thuis zijn handen voordat hij in de auto stapt
  • De instructeur stelt voor aanvang van een praktijkles twee controlevragen:
    1. Heb jij of iemand in je huishouden in de afgelopen 14 dagen de diagnose COVID-19 gehad?
    2. Heb jij of iemand in je huishouden in de afgelopen 24 uur last gehad van koorts, hoesten, verkoudheid, kortademigheid of benauwdheidsklachten?
  • Wanneer bovenstaande vragen met " nee"  zijn beantwoord, dan kan de praktijkles starten
  • De instructeur zal de leerling verplichten zijn handen te ontsmetten met Sterilium/ Handdesinfectiegel ( aanwezig in de lesauto)
  • Aanvullend kunnen leerling en instructeur zelfstandig besluiten om een eenvoudig soort mondkapje te dragen en handschoenen. Leerlingen moeten zelf zorgdragen voor deze beschermingsmaterialen als ze die willen dragen.
  • Schud geen handen

VERVOLG:

  • In het lesvoertuig mogen maximaal twee mensen zitten – de leerling en de instructeur
  • Tussen twee praktijklessen met twee leerlingen,  moet er altijd een pauze zijn van minimaal tien minuten om het voertuig goed te ventileren en te desinfecteren door de instructeur met alcoholdoekjes of schoonmaakalcohol.
  • Bedieningsmiddelen ( deurhendels, stuur, versnellingshendel, handrem, spiegels, hoofdsteun, sluiting veiligheidsgordel, stoelknoppen, touchscreen, etc )worden door de instructeur na elke leerling gedesinfecteerd met alcoholdoekjes of schoonmaakalcohol.
  • Vermijd fysiek contact, houd onderling tenminste 1,5 meter afstand buiten de auto
  • Na de praktijkles wordt de lesauto verlaten en buiten de auto aanvullende instructies geven, of vervolgafspraken gemaakt